Interview: Gilles Gerth

Wie zijn de initiatiefnemers van het project De Route van School naar Werk? Wat is hun unieke bijdrage aan het project en hoe verliep hun eigen route van School naar Werk?

Gilles Gerth is een ervaren organisator van samenwerkingsprojecten op de regionale arbeidsmarkt tussen onderwijs, werkgevers en overheid. Hij zal binnen dit project deze samenwerking waar nodig een zetje geven. Gilles werkt onder meer ook voor ‘Op naar de 100.000 banen’ (een project dat banen wil creëren voor mensen met een arbeidsbeperking) en zorgt er samen met teamlid Henk Krauwel voor dat beide projecten elkaar versterken.


Hoe zag jouw eigen route van school naar werk eruit? Oorspronkelijk kom ik uit de Randstad. Op mijn 18e ben ik in Utrecht gaan studeren; landschaps- en milieukunde om precies te zijn. Aan het einde van mijn studie heb ik een afstudeeronderzoek gedaan bij de gemeente Apeldoorn. Toendertijd moest ik nog een vervangende dienstplicht uitvoeren, dat kon ik gelukkig bij de gemeente Apeldoorn doen. Dat was een hele mooie opstart omdat die vervangende dienstplicht uitmondde in een arbeidscontract in een tijd waar een baan vinden helemaal niet zo makkelijk was. Wat dat betreft heb ik een hoop geluk gehad.

Ik vond het als onderzoeker iets te eenzaam en ben aan de slag gegaan als beleidsmedewerker bij de overheid. Toen ik eenmaal in aanraking kwam met jongerenproblematiek ging er een wereld voor me open. Ter illustratie een verhaal van een meisje uit Zwartemeer. Zij zat op de MAVO in Emmen en fietste daar elke dag naartoe. Halverwege stopte zij altijd bij haar tante om haar schooltas op te halen. Wanneer ze klaar was maakte ze haar huiswerk ook bij haar tante en ging ze zonder schooltas weer terug naar huis. Dat deed ze omdat haar omgeving haar als studiebol zag omdat ze op de MAVO zat. Ze was bang voor dat etiket en werd door haar omgeving tegengehouden.

Als je in de praktijk ervaart dat iedereen een andere achtergrond heeft en zijn eigen problemen, dan opent dat echt je ogen. Die realisatie is precies waar de uitdaging ligt bij bijvoorbeeld jeugdwerkloosheid. Enerzijds is het een objectieve en cijfermatige benadering. Maar achter al die cijfers zitten individuen met hun eigen achtergrond en gevoelens.”


Over oud papier, bont en jezelf verdiepen in de andere partij Een ander voorbeeld uit mijn werkende leven dat me gevormd heeft: Ik heb een tijdje in de milieu wereld gezeten. Er was een discussie over prijswerking rondom oud papier en het idee ontstond om een vereniging van oud papier aanbieders te beginnen om zo een eerlijkere prijs te krijgen. Ik moest dat idee aan zo’n 20 directeuren van reinigingsdiensten verkopen. Toen ze me vroegen wat de prijs was van een kilo bont stond ik met mijn mond vol tanden want ik dacht ‘wat heeft bont nou met oud papier te maken?’. Dat bleek dus een kwaliteitsaanduiding voor papier te zijn, maar omdat ik die kennis op dat moment niet had was ik direct mijn geloofwaardigheid kwijt. Ik heb daar echt van geleerd dat je je heel goed moet verdiepen en verplaatsen in een andere partij. Pas dan kun je een goede discussie aangaan.


Waar komt je betrokkenheid met het project vandaan? Als ik kijk naar mijn werkhistorie dan valt het me zelf op dat veel van mijn werk een maatschappelijke component heeft. Zo heb ik me ingezet voor het milieu, maar ook voor jeugdwerkloosheid en mensen met een arbeidsbeperking. Dat heeft denk ik sterk te maken met mijn jeugd. Ik kom uit een familie die grotendeels socialistisch was, op een liberale vader na. Daardoor kwam ik al vroeg in aanraking met politieke en maatschappelijk betrokken discussies. We hadden het niet heel breed vroeger. Het draaide ook niet om veel geld verdienen, maar vooral om hoe je met elkaar omgaat en de waarden en normen die je aanhangt. Daar draait het nu nog steeds om.”


Wat is jouw rol binnen dit project? Binnen dit project ben ik een ‘manusje van alles’. Ik geloof heel erg in het verhaal dat dit project te vertellen heeft en probeer dat continu naar buiten te brengen. Ik draag mijn steentje bij in de werving van de scholen en breng de behoeften van de aansluitende scholen in kaart. Maar bovenal breng ik graag alle betrokken partijen bij elkaar. We hebben te maken met stagebegeleiders en -coördinatoren, scholieren, hun ouders, werkgevers en de scholen zelf. Apart van elkaar is het probleem niet door één van die partijen op te lossen, maar als we krachten bundelen kunnen we een hoop bereiken.”


Wat zou voor jou een mooie uitkomst van het project zijn? “Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe we de jongeren zover krijgen dat ze eerlijk vertellen waar ze tegenaan lopen zodat we ze écht kunnen helpen. Dat is een uitdaging. Om een voorbeeld te geven: vroeger woonde ik eens een dorpsraad bij waar de raad in gesprek ging met jongeren. Een aantal van hen had helemaal geen zin in die bijeenkomst, dacht ik, en vertelde weinig . Er was een jongerenwerker bij die met hen in gesprek ging. Daar kwam input uit waar we echt iets mee konden. Het bleek dat de jongeren veel moeite hadden met taal waardoor ze zelf weinig op durfden te schrijven. Door die getalenteerde jongerenwerker voelden ze zich begrepen en gehoord. Het creëren van een dergelijke sfeer waarin jongeren zich veilig voelen om zich open te stellen, daar kijk ik het meest naar uit.”


Waar ben je het meest benieuwd naar? Ik ben vooral benieuwd naar wat het effect van het project gaat zijn op de jongeren. Daarnaast ben ik op professioneel gebied benieuwd of dit project uit gaat monden in een grotere beweging. Er moet een goed evenwicht zijn tussen halen, brengen en vermenigvuldigen: deelnemende scholen moeten echt kunnen vertellen wat ze willen vertellen. En geïnspireerd worden door de andere scholen en dat dat ertoe leidt dat al die scholen de wereld voor hun scholieren weer een stukje mooier weten te maken.”


Wanneer ben je echt tevreden? De vraag is natuurlijk hoe je onderzoekt en concludeert dat het project gelukt is. Als het ongeveer het beeld oplevert dat ik net geschetst heb dan ben ik echt tevreden. En als de scholen die meedoen blij zijn, dan ben ik dat ook.”