Interview: Hans Bosselaar

Wie zijn de initiatiefnemers van het project De Route van School naar Werk? Wat is hun unieke bijdrage aan het project en hoe verliep hun eigen route van School naar Werk?

Hans Bosselaar is een ervaren docent en onderzoeker op het terrein van governance van de sociale verzorgingsstaat. Zijn belangstelling gaat in het bijzonder uit naar de lokale invulling van bestuur en beleid rond uitkeringen, voorzieningen en re-integratie. Hans Bosselaar werkt als zzp'er en bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. Binnen dit project vertegenwoordigt hij vooral de inhoudelijke en onderzoekende blik, en heeft specifiek veel ervaring met professionals. Hans deed eerder het onderzoek ‘De ontdekking van de Dinges’.




Wat is jouw rol binnen dit project? Ik heb een grote interesse in het dichter bij elkaar brengen van de wetenschap en de praktijk. Dat is niet zo makkelijk gezegd als gedaan omdat iedereen in bepaalde mate in een eigen werkelijkheid leeft. Onderzoek moet voor mij net zoveel opleveren als voor de deelnemers van mijn onderzoek. Daarom doe ik ook actieonderzoek, zo ook met de Route van School naar Werk. Zo werk je negen maanden samen en leer je elkaar niet alleen op kennisgebied kennen, maar ook op het gebied van praktijk en ambitie. Dat maakt het makkelijker om de wetenschap dichter bij de praktijk te brengen. Je gaat namelijk samen de uitdaging aan in plaats van dat een wetenschapper of een professional gaat vertellen hoe de werkelijkheid in elkaar zit.”


Wat is jouw affiniteit met het project? Mijn affiniteit met de Route van School naar Werk bestaat eigenlijk uit twee delen. Enerzijds heb ik een broer die een verstandelijke beperking heeft. In de tijd dat hij van school af ging waren er eigenlijk maar twee keuzes: sociale werkplaats of dagbesteding. Tegenwoordig is dat heel anders. Ik vind het interessant hoe dit onderwerp tegenwoordig veel meer aandacht krijgt. Ik maak deel uit van een samenleving waar ik mij ook in thuis wil voelen. Dat doe ik meer wanneer er ook een plekje is voor mensen zoals mijn broer. Anderzijds ben ik een bestuurskundige die heel erg benieuwd is wat de wetenschap aan zo’n samenleving kan bijdragen.”


Je hebt onderzoek gedaan naar een zogenoemde ‘Dinges’, dat komt ook terug in dit project. Zou je daar wat meer over willen vertellen? Vroeger deed je alles via bijvoorbeeld de kerk of de vakbond. Dan had je een centraal punt waar je makkelijk terecht kon. Tegenwoordig is dat een stuk ingewikkelder. Nu hangt de samenleving steeds meer aan elkaar van netwerken. Mensen maken deel uit van netwerken die gebaseerd zijn op bijvoorbeeld politiek, samenleving, vrije tijd, geloof of bewegen. Mensen handelen vanuit die netwerken en zijn er ook deels van afhankelijk. Als je iets wil bewerkstelligen in een bepaalde groep dan ben je van specifieke netwerken afhankelijk. Het opbouwen en gebruik maken van dat soort netwerken is dé uitdaging van deze tijd. Een ‘dinges’ is iemand die daar echt goed in is. Ik probeer te snappen wat deze persoon doet, waarom wat hij/zij doet werkt en te zien hoe het anderen kan helpen die er minder goed in zijn. In dit project kan een ‘dinges’ dus helpen met het bereiken van ons doel: een plekje vergaren op de arbeidsmarkt.”


Waar ben je het meeste benieuwd naar? Ik ben benieuwd of de deelnemers van dit project open staan voor deze benadering; die van een genetwerkte samenleving, en ik hoop dat het ze ook iets oplevert. Ook ben ik heel erg benieuwd naar verhalen uit de praktijk: Waar lopen mensen tegenaan? Waar gaat het goed? Waarom gaat het dan goed? Kunnen anderen dat ook? Ik denk dat de deelnemers aan het actielab cruciaal zijn voor mensen als mijn broer. Ik vind het altijd heel bijzonder om te zien hoe deze mensen met passie en betrokkenheid zich inzetten voor mensen zoals hij. Ook vind ik het belangrijk dat ik daar iets aan kan bijdragen. Daarnaast heb ik als bestuurskundige vanuit die ‘dinges’ iets te vertellen en ik hoop dat de deelnemers er iets aan hebben.”


Hoe zag jouw eigen route van school naar werk eruit? Mijn route van school naar werk was een beetje van toeval afhankelijk. Ik en Gilles zijn allebei nog dienstweigeraar geweest, dan moest je na school vervangende dienstplicht doen. Dat heb ik anderhalf jaar gedaan. Ik ben toen begonnen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten, maar daar was ik niet echt het type voor. Vervolgens kwam ik bij de bond voor mensen met een handicap, een belangenorganisatie. Zo ben ik het vakgebied van beleidsadviseur bij de FNV ingerold. Solidariteit en collectief zorgen vond ik belangrijke thema’s die een goede basis vormen voor ons zorgstelsel. Als beleidsmedewerker ben ik daar ingedoken. Omdat ik toch nog iets meer de inhoud in wilde duiken ben ik in hetzelfde terrein als onderzoeker verder gegaan. Van het een kwam het ander eigenlijk.”


Wat vond je zelf het leukste op school? “Ik kon altijd al goed leren waardoor ik me niet echt in hoefde te spannen. Ik ben dan ook tijdens mijn rechtenstudie veel te weinig naar college geweest. School als zodanig vond ik niet zo leuk, daarom vond ik het zo fijn dat ik mijn eigen gang kon gaan op de universiteit. Ik hou niet van vaste vormen en neem graag de regie. Ik ben ook heel lang zzp’er. Ik denk dat de ‘dinges’ mij daarom zo interesseert. Die neemt de vrijheid om iets voor elkaar te krijgen en daar herken ik wel iets van mezelf in. Al zijn de meeste ‘dingessen’ die ik tegenkom in mijn onderzoek er een stuk beter in dan ik.”


Wanneer ben je tevreden? “Het is misschien een open deur, maar ik ben tevreden wanneer we met zijn allen tevreden zijn. Er bestaan een hoop projecten waarbij veel gepraat wordt over doorbraken. Ik geloof daar niet zo in. Ik geloof eerder in kleine stapjes vooruit. Ik zal niet zeggen dat dit project dé oplossing gaat zijn. Een kleine en goede stap vooruit zou ik dus heel mooi vinden.”